Bij vonnis van 13 september 2021 (zie rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2021:5029) heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam beslist dat er ook met tussenkomst van een Uber-app sprake is van een gekwalificeerde arbeidsovereenkomst tussen Uber en haar chauffeurs in de zin van artikel 7:610 BW, omdat er sprake is van persoonlijk te verrichten arbeid, uitbetaling van loon en een gezagsverhouding.

Niet van belang is dat tussen partijen op “papier” is overeengekomen dat de chauffeurs als zelfstandige werkzaam zijn. Het gaat om de feitelijke uitvoering van de overeenkomst, welke in dit geval neerkomt op een arbeidsovereenkomst.