De Hoge Raad heeft in haar arrest van 26 maart 2021 (zie rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2021:455) vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voorgelegd met betrekking tot de toepassing (uitleg) van de herzieningsregeling in de zin van de artikelen 184 en 185 van de Btw-richtlijn 2006.

 De voornaamste vraag is of de herzieningsregeling ook van toepassing is indien bij de eerste ingebruikname van het goed geen gebruik is gemaakt van btw aftrek, omdat bijvoorbeeld in eerste instantie geen btw belaste prestaties zijn verricht en daarna wel, met tot gevolg dat alsnog de btw kan worden teruggevraagd.