Ondernemers

Taxso voor ondernemers

Inhoudsopgave

1. Inleiding
2. Eenmanszaak vs. vennootschap
3. Fiscale voordelen eenmanszaak/ zzp'er (winstgenieters)
3.1 Ondernemersfaciliteiten voor de (startende) ondernemer
3.2 Vermogensetikettering
3.3 BTW voordelen
3.4. Overdracht/ staking onderneming


1. Inleiding

Voor ondernemers gelden veel fiscale voordelen. Voor de winstgenieters (de eenmanszaken, de zzp’er) gelden er in de inkomstenbelasting andere voordelen en tarieven dan voor een vennootschap in de vennootschapsbelasting. Vaak wordt eerst een eenmanszaak opgericht omdat de kosten hiervan lager zijn en wordt naderhand, indien er meer winst wordt gemaakt, de onderneming ingebracht in een vennootschap.


2. Eenmanszaak vs. vennootschap

Winstgenieters hebben als voordeel dat zij onder bepaalde voorwaarden recht hebben op ondernemersfaciliteiten, waaronder de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Daarnaast kunnen zij nog middels een fiscale oudedagsreserve (hierna: FOR) winst reserveren voor een oudedagsvoorziening. Over deze winst reservering voor de FOR is geen belasting verschuldigd. De belastingheffing wordt uitgesteld tot het moment van staking (beëindiging) van de onderneming dan wel bij een geruisloze/ ruisende inbreng van de onderneming in een vennootschap. Door echter voor het gereserveerde bedrag van de FOR, mits dit bedrag ook kan worden afgestort, een lijfrente te bedingen bij de eigen vennootschap of bij een verzekeringsmaatschappij is hierover geen belastingheffing verschuldigd tot het moment dat de lijfrente-uitkeringen worden uitgekeerd.

Een vennootschap is fiscaal voordelig als ongeveer € 100.000 aan winst wordt genoten. De vennootschapsbelastingtarieven zijn immers veel lager dan in de inkomstenbelasting. Daarentegen dient een directeur-grootaandeelhouder (DGA) die werkzaamheden ten behoeve van zijn of haar vennootschap verricht op basis van de wet een zogenaamd gebruikelijk (fictief) loon te genieten dat in 2021 tenminste € 47.000 bedraagt, waarover loonheffing dient te worden ingehouden en afgedragen door de vennootschap. Indien er te weinig winst wordt gemaakt door de vennootschap, kan er verzocht worden om verlaging van het gebruikelijk loon. In 2020 en 2021 mocht in het kader van Corona tijdelijk het gebruikelijk loon worden verlaagd.

Vaak wordt er bij de oprichting van de BV (’s) gekozen voor een holdingstructuur, waarbij de holding BV alle aandelen houdt in de werkmaatschappij BV, waarin de onderneming wordt uitgeoefend. Het voordeel van deze structuur is dat bij een verkoop van de aandelen van de werkmaatschappij de verkoopwinst onbelast is voor de vennootschapsbelasting, omdat deze winst onder de deelnemingsvrijstelling valt. Pas op het moment dat de holding dividend uitkeert aan de DGA, wordt hierop dividendbelasting ingehouden en afgedragen door de vennootschap en is de DGA over dit regulier voordeel na verrekening van de dividendbelasting in box 2 inkomstenbelasting verschuldigd tegen een tarief van 26,9% (2021). Daarnaast kan de DGA de winst in de holding gebruiken om te beleggen in aandelen of vastgoed en kan de BV een eigenwoning lening verstrekken aan de DGA (zie ook fiscale gevolgen nieuw wetsvoorstel “Wet excessief lenen bij eigen vennootschap”, onderdeel DGA).

Wij kunnen fiscaal advies geven over welke ondernemingsvorm het meest geschikt is en wij kunnen behulpzaam zijn bij het oprichten van vennootschappen of een holdingstructuur.

  • Belastingplicht OB, IB, Vpb
  • Trust/Stichting
  • Transparantie
  • Fiscale vestigingsplaats
  • Vaste inrichting
  • Feitelijke leiding
  • Vormen van voorzieningen/ reserves
  • Innovatie box
  • Deelnemingsvrijstelling


3. Fiscale voordelen eenmanszaak/ zzp'er (winstgenieters)

Hieronder zullen wij nog een aantal fiscale voordelen en verplichtingen noemen voor ondernemers die winst uit onderneming genieten (de winstgenieters).


3.1 Ondernemersfaciliteiten voor de (startende) ondernemer

Indien een ondernemer ten minste 1225[1] uren aan zijn onderneming besteedt, voldoet hij of zij aan het zogenaamde urencriterium. De ondernemer kan dan in het betreffende belastingjaar in aanmerking komen voor de ondernemersaftrek, die bestaat uit de zelfstandigenaftrek (en de startersaftrek), de meewerkaftrek, de aftrek voor speur- en of ontwikkelingswerk en de stakingsaftrek. Voorts kan de ondernemer dan winst reserveren voor de fiscale oudedagsreserve (FOR). De ondernemer dient dan wel de uren die hij of zij voor de onderneming heeft gewerkt bij te houden. De ondernemer kan deze uren aan de hand van een agenda aannemelijk maken. Indien een ondernemer tevens nog in loondienst werkt, zal de Belastingdienst zich sneller op het standpunt stellen dat de ondernemer niet aan het urencriterium voldoet. Het is dan als ondernemer nog belangrijker om een goede administratie van de uren bij te houden.

Een zzp’er die maar voor één opdrachtgever werkt, loopt het risico om niet als ondernemer aangemerkt te worden[2], met het risico dat de zzp’er geen recht heeft op onder andere de voormelde ondernemersfaciliteiten en de MKB-winstvrijstelling. Daarnaast loopt de opdrachtgever het risico dat er nog naheffingsaanslagen loonheffingen worden opgelegd, eventueel verhoogd met boetes. Aangezien er geen VAR-verklaringen meer worden afgegeven en de Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie) in feite niet meer wordt uitgevoerd en gehandhaafd, bestaat tijdelijk alleen nog de mogelijkheid om een modelovereenkomst van de Belastingdienst te gebruiken, waaruit volgt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking.

Wij kunnen fiscaal advies geven over de vraag of er wel of geen sprake is van een dienstbetrekking en welke modelovereenkomst van toepassing is. Voor eventueel nog meer zekerheid kunnen wij deze overeenkomst voorleggen aan de Belastingdienst.

Indien in 2016/2017 reeds een modelovereenkomst is aangaan met de opdrachtgever, zal deze in 2021/2022 gaan verlopen. Wij kunnen deze modelovereenkomst nogmaals beoordelen en bekijken of deze nog actueel is. Daarna kunnen wij deze ter verlenging voorleggen aan de Belastingdienst.

  • Ondernemersaftrek
  • MKB-winstvrijstelling
  • Fiscale oudedagsreserve (FOR)
  • Zakelijke kosten/ privé uitgaven


3.2 Vermogensetikettering

Eigen woning

Een ondernemer heeft de mogelijkheid om bij keuzevermogen het vermogen tot het privé dan wel tot het ondernemersvermogen te rekenen in de inkomstenbelasting. Dit kan fiscale voordelen hebben. Indien een ondernemer een eigen woning koopt die hij of zij ook voor tenminste 10% (van de gebruikte oppervlakte) in de onderneming gaat gebruiken, dan ontstaat er keuzevermogen en bestaat de mogelijkheid om de woning tot het privé- of tot het ondernemingsvermogen te rekenen.

Indien de woning tot het ondernemingsvermogen wordt gerekend kunnen veel kosten in mindering worden gebracht op de winst, zoals bijvoorbeeld afschrijvingskosten over de koopsom van de woning (exclusief de grond) en inclusief aanschafkosten tot maximaal de bodemwaarde (50% van de WOZ-waarde), verbouwingskosten, financieringskosten, inrichtingskosten, onderhoudskosten, energiekosten, schoonmaakkosten etc. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van de investeringsaftrek, met uitzondering van de grond waarop de woning staat. Ten aanzien van het privégebruik van de woning vindt er wel een bijtelling plaats tot de winst.

Indien de woning in waarde toeneemt, heeft dit echter tot gevolg dat bij een eventuele verkoop van de woning of staking van de onderneming, over de meerwaarde (verkoopwinst/stakingswinst) van de woning inkomstenbelasting in box 1 verschuldigd is. Dit is in de meeste gevallen fiscaal niet voordelig aangezien in privé hierover geen belasting verschuldigd is in box 1. Bij een lagere waarde van de woning, leidt dit juist tot een verlies in box 1 wat verrekend kan worden met de winsten van drie voorafgaande of negen volgende kalenderjaren, hetgeen wel een fiscaal voordeel oplevert, omdat in privé geen verlies kan worden gerealiseerd ten aanzien van de waardedaling van de woning.

Auto

Indien een ondernemer de auto voor tenminste 10% voor de onderneming gaat gebruiken, dan is de auto voor de inkomstenbelasting eveneens keuzevermogen en dan kan de auto tot het privé dan wel tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Indien de auto tot het ondernemingsvermogen wordt gerekend, kunnen alle kosten van de auto van de winst worden afgetrokken, zoals de afschrijvingskosten op de aanschafwaarde, de onderhoudskosten, verzekeringskosten, brandstofkosten, etc. Bedraagt het privégebruik van de auto meer dan 500 km per jaar, dan vindt er voor het privégebruik een bijtelling tot de winst plaats.


3.3 BTW voordelen

Eigen woning

Indien een nieuwbouwwoning tevens voor de onderneming wordt gebruikt, dan kan gedeeltelijk, naar evenredigheid van het gebruik ervan voor de bedrijfsactiviteiten, de BTW worden teruggevraagd, mits de ondernemer ook btw-plichtig is. Indien echter binnen 10 jaar nadat de BTW is teruggevraagd, de woning niet meer gedeeltelijk gebruikt wordt voor belaste btw-prestaties, vindt er een herziening van de teruggevraagde BTW plaats.

Auto

Indien de auto tevens wordt gebruikt voor BTW belaste prestaties, dan kan de BTW bij aanschaf en ten aanzien van overige kosten zoals onderhoudskosten, brandstofkosten, reparatiekosten, als voorbelasting worden teruggevraagd. Voor het privégebruik vindt er een bijtelling voor de BTW plaats, deze bedraagt 2,7% van de catalogusprijs, inclusief btw en bpm.


3.4. Overdracht/ staking onderneming

Bij een staking (beëindiging van de onderneming) dient een ondernemer over zijn stakingswinst inkomstenbelasting te betalen. De ondernemer heeft wel recht op de stakingsaftrek en hij of zij kan een deel van de stakingswinst omzetten in een lijfrente. Een ondernemer kan zijn onderneming ook geruisloos overdragen, aan een medeondernemer of aan een werknemer indien deze tenminste drie (3) jaar werkzaam is geweest in de onderneming. De ondernemer hoeft dan niet af te rekenen over de stakingswinst, omdat degene die de onderneming overneemt met dezelfde boekwaarden van de onderneming de onderneming voortzet.

Daarnaast kan een ondernemer gebruik maken van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Hij of zij kan zijn onderneming schenken aan zijn kinderen. In 2021 geldt er een vrijstelling van 100% tot het ondernemingsvermogen van € 1.119.845,- en daarboven geldt een vrijstelling van 83%. Er zijn echter wel een aantal voorwaarden, waaraan dient te worden voldaan om van deze regeling gebruik te kunnen maken. Zo gelden er eisen ten aanzien van de (materiële) onderneming, de schenker/ erflater en bestaat er een voortzettingseis.

Het is een zeer mooie regeling. In de politiek gaan er echter geluiden op dat de BOR in de toekomst wellicht zal worden afgeschaft. Het is dus nog de vraag hoelang deze regeling blijft bestaan. 

[1] In 2020 en 2021 is het urencriterium tijdelijk verlaagd in verband met Corona, zie nieuwsonderdeel urencriterium.

[2] Zie uitspraak Rechtbank Amsterdam van 13 september 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5029, waarin zij heeft geoordeeld dat Uber chauffeurs in dienstbetrekking zijn bij Uber, en er geen sprake is van zelfstandigen die winst uit onderneming genieten.

  • Verkoop/overdracht onderneming
  • Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)